Strategie verfijnen

Strategie verfijnen – Ervaring is pas echt iets waard, wanneer je in staat bent om de nieuw opgedane kennis toe te passen. Soms staat dit gelijk aan “door schade wijs geworden”, waarvan ik hier een voorbeeld gaf.

Vandaag heb ik een nieuw element aan mijn strategie toegevoegd. “Spreiden, spreiden, spreiden” is natuurlijk bij elke crowdfund-investeerder al lang het belangrijkste element in de strategie. Kijkend naar mijn portefeuille viel het me daarom op dat met name een tweetal projecten qua omvang van de investering (en het nog openstaande saldo) met kop en schouders boven de rest uitstak. Risicospreiding betekent natuurlijk dat de investeringen in crowdfunding gespreid zijn op een manier dat de financiële gevolgen van een mislukt project door de rest van de portefeuille gedragen wordt. Uiteraard werkt dit het best wanneer de afzonderlijke projectinvesteringen (ongeveer) gelijk van omvang zijn. En hier zou aan toegevoegd kunnen worden dat die projectomvang kleiner zou moeten zijn bij een groter risico, terwijl de omvang wat groter zou mogen zijn bij een kleiner risico.

Vandaag heb ik een absolute bovengrens gedefinieerd voor de investering die ik bereid ben te doen per project. In onderstaande afbeelding is dat de groene lijn die je ziet lopen. Dat is dan de grens bij een “normaal” risico. Wil ik investeren in een project met een groter risico, dan moet ik met het te investeren bedrag dus een eindje onder die grens gaan zitten.

Op dit moment zitten er dus 5 projecten boven de grens die ik voor projecten in mijn portefeuille definieerde.

Mijn portefeuille zal “vanzelf” herstellen. Dat is een kwestie van tijd. Op de 5 projecten die nu boven mijn investeringsgrens zitten, wordt in 3 gevallen elke maand iets afgelost. Na verloop van tijd zal het openstaande saldo van die projecten dus netjes binnen de grenzen vallen. Voor 2 van de projecten (nummer 3 en 4 in de rij) zal dat iets anders lopen. Dit zijn namelijk aflossingsvrije projecten. Hier wordt dus niet op afgelost en ik moet gewoon wachten tot respectievelijk oktober 2019 en augustus 2021 om de aflossing te ontvangen. Geen ramp – het is zoals het is.

Wat je ook ziet is dat 3 van deze 5 “grens-overschrijdende” projecten (001, 002 en 004) behoren tot mijn eerste investeringen (medio 2016). Ik herken hier dus ook onervarenheid en over-enthousiasme in. Inmiddels voorzien de andere projecten voor dekking als er wat mis gaat met deze vroege investeringen. Maar in het begin van mijn portefeuille was dat natuurlijk nog niet het geval. Dus in de tijd dat mijn portefeuille uit een stuk of 10 projecten bestond, liep ik relatief veel risico en was er nog absoluut geen sprake van een goede risico-spreiding.

Het goede nieuws is verder nog dat op de tweede grootste investeringen (001 en 036) inmiddels respectievelijk 42% en 22% is afgelost. Het risico is dus al behoorlijk minder geworden en vooralsnog vertoont het betaalgedrag van de betreffende ondernemers geen haarscheuren. Met recht “so far, so good” dus.

Bovendien is mijn verwachting dat project 047 vervroegd zal worden afgelost. Ik schat zelf in dat de kans hierop erg groot is en dat dit dan nog dit jaar zal gebeuren. De betreffende ondernemer heeft inmiddels een track-record van vervroegde aflossingen opgebouwd. In ieder geval is dit zeker geen ondernemer waar ik twijfels heb over zijn mogelijkheden en intentie om aan de betalingsverplichtingen te (blijven) voldoen.

Op deze wijze blijf ik mijn strategie toetsen en bij-stellen. Mijn advies is om af en toe naar je portefeuille te kijken en je af te vragen of het beeld dat je krijgt voldoende strookt met je strategie. En vraag je dan ook af of je elementen in je portefeuille ziet die strijdig zijn met het concept van risicospreiding. Want bij crowdfunding hoort natuurlijk dit mantra: “spreiden, spreiden, spreiden“.

Aantal versus rendement

Aantal versus rendement

Het zal inmiddels duidelijk zijn: investeren in crowdfunding is niet zonder risico. En risico beperk je door te spreiden. Risico beperk je bovendien door in minder risicovolle projecten te stappen. Risico en (de hoogte van de) rente gaan hand-in hand. Een rekenvoorbeeld laat zien dat je hier even over na moet denken. Stel: je wilt € 3.000 in crowdfunding stoppen. Uiteraard wil je zo min mogelijk risico. Maar je wilt ook een hoog rendement. Wat te doen?

Ik werk 2 opties uit. Bedenk voor jezelf alvast wat erger is: 33% uitval of 40% uitval? Ik kom hier straks op terug . . . .

Laten we voor het rekengemak even aannemen dat defaults (betalingsproblemen) áls ze optreden, precies op de helft van de looptijd optreden. Qua kosten reken we even op jaarlijks 1% over het openstaande saldo, te betalen in maand 1, 13, 25, 37 en 49. Bij een default reken we vanaf het moment dat het project in default gaat geen kosten meer door.

Optie 1 – geen uitval

We gaan voor weinig risico en bedenken dat we dan niet voor de hoogste rentepercentages moeten gaan. We wedden ook niet op één paard, dus we kiezen 3 projecten uit van elk € 1.000 tegen 7% rente en en looptijd van 60 maanden. Dit levert per project € 188,07 rente op in 60 maanden. Hier gaan de kosten van € 31,39 per project van af. Deze constructie levert in totaal een rendement op van € 156,68 per project, dus € 470,04 voor de 3 projecten samen. Niet slecht hè?

Optie 1 – MET 10% uitval

Nou verliep dit probleemloos. De crowdfund-wereld is echter niet probleemloos. Her-en-der zie je dat toch wordt gerekend met een uitvalpercentage dat ergens tussen 5% en 8% ligt. Laten we dus even aannemen dat er bij ons ook iets misgaat. Nou is 5% of 8% van 3 projecten erg lastig. We gaan aan de positieve kant zitten en laten “maar” 1 project sneuvelen. We hadden al als uitgangspunt genomen dat dit dan na 30 maanden gebeurt. Nu leveren 2 projecten nog steeds € 188,07 rente op minus € 31,39 voor de kosten. Dat is € 313,36. Maar . . .  ons 3e project levert € 137,55 aan rente op. Daar gaan de kosten van € 24,68 nog van af. Een opbrengst van € 112,87 resteert. Echter . . . .  van onze ingelegde € 1.000 is na 30 maanden maar € 456,49 afgelost. We zitten met een aflossingstekort van € 543,51. We hebben dan uiteindelijk over: € 313,36 (rendement voor de eerste 2 projecten) + € 112,87 (rente minus kosten op het 3e project) – € 543,51 (afschrijving op het derde project). Aan het eind heeft ons crowdfund-avontuur dan zelfs € 117,28 gekost. Hadden we dat geweten dan waren we natuurlijk nooit aan crowdfunding begonnen. Bedenk: dit was dus het scenario met nog “maar” 33% uitval (1 op de 3 projecten). Wat gaat 40% uitval dan doen?

Optie 2 – geen uitval

We lijken ditmaal voor wat meer risico te gaan, maar zien daar ook een hoger rendement voor terug. We wedden ook dit keer niet op één paard, maar kiezen zelfs 10 projecten uit van elk maar € 300 tegen 12,99% rente en en looptijd van 60 maanden. Dit levert per project € 109,47 rente op in 60 maanden. Hier gaan dan de kosten van € 9,77 per project van af. Deze constructie levert in totaal een rendement op van € 99,69 per project, dus € 996,94 voor de 10 projecten. Niet slecht hè?

Optie 2 – MET 40% uitval

Ook hier kan natuurlijk wat mis gaan. Nog altijd is 5% of 8% van 10 projecten erg lastig. Maar gezien het risico dat we liepen (hetgeen zich vertaalde naar een hogere rente), gaan we niet aan de positieve kant zitten. We zijn wat pessimistischer / realistischer en laten nu dus zelfs 4 projecten sneuvelen. We weten dus al dat 6 projecten € 99,69 per project rendement behouden, dus € 598,16. De 4 andere projecten sneuvelen na maand 30. Ze leveren nog € 78,75 rente op minus € 7,57 aan kosten, wat uitkomt op € 71,18. Maal 4 is € 284,72. Echter, we ontvingen aan aflossing maar € 125,98, een afschrijving van € 174,02 per project. Voor 4 projecten is dat een afschrijving van € 696,08 (dat is dus ook een hogere afschrijving dan de € 543,51 die we afschreven in ons voorbeeld met 3 projecten). De rekensom komt nu echter uit op € 598,16 (rendement voor de 6 projecten) + € 284,72 (rente minus kosten op de 4 projecten) – € 696,08 (afschrijving op de 4 projecten). Uiteindelijk heeft dit avontuur ons dan nog altijd €  186,80 opgeleverd. Wellicht niet waar we op gehoopt hadden, maar bij uitval van 4 van de 10 projecten (40%) hebben we nu nog steeds positief resultaat.

Ik heb hier natuurlijk gewerkt met discutabele aannames. Projecten die mislukken na 30 maanden. Eén mislukking bij 7% rente en 4 mislukkingen bij 12,99% rente. Je kunt niet zo maar zeggen dat dit realistisch is. Of dat dit correct is. Dit is maar een theoretische calculatie. Maar álles is theorie totdat het je overkomt. Pas dan is het praktijk. Niets is voorspelbaar. Niemand heeft een glazen bol. Maar je kunt wel goed nadenken over mogelijke scenario’s en eens wat simulaties uitrekenen. Wat als . . . ? En je ziet dat dit nog best verrassend kan uitpakken.

Wat was jouw verwachting? Wat dacht je dat erger was: 33% uitval of 40% uitval? Je ziet dat er dus veel meer meespeelt dan alleen het percentage uitval. Bij crowdfunding wordt aangenomen dat een hoger rentepercentage gelijk staat aan een hoger risico. Maar de andere kant van de medaille is dat een hoger rentepercentage ook de mogelijkheid biedt om andere projecten die in default komen beter op te vangen.

Met welk uitvalpercentage je rekening wilt houden bepaal je natuurlijk ook zelf. Bedenk wel dat je nooit een gemiddelde percentage los kunt laten op een klein aantal projecten. Want hoe reken je met een (beperkt) percentage uitval over 2 of 3 projecten? Hoe omvangrijker je crowdfunding-portefeuille, hoe groter de kans dat deze zich “gemiddeld” gedraagt. Hoe meer spreiding de portefeuille kent (over rentepercentages, over looptijden, over platforms), hoe groter de kans op gemiddelden. Bij Collin Crowdfund zie ik vandaag (juni 2018) een percentage van 2,79%. Bij FundingCircle 2,22%. Geldvoorelkaar presenteert 2,59% en Horeca Crowdfund zit momenteel op 1,76%. Die percentages liggen in ieder geval zo dicht bij elkaar dat ik voorzichtig concludeer dat “circa 3 procentpunten” een marktconform cijfer is. Of deze cijfers ook (door een onafhankelijke externe partij) gecontroleerd worden is mij niet bekend. Wellicht keuren de slagers hier hun eigen vlees. In ieder geval ben ik sowieso blij wanneer mijn crowdfund-portefeuille in staat is om die gemiddelden te verslaan (maar zo’n garantie heb ik nooit).

Dus je ziet het belang van balans en risicospreiding. Eigenlijk geldt per definitie: hoe meer spreiding, hoe beter. Denk dus goed na over een eigen strategie. Werk wat scenario’s uit en bepaal voor jezelf welke risico’s je bereid bent om te lopen.

Strategie

Strategie

Over risicospreiding en projectkeuze heb ik het al gehad. Dat in gedachte houdend als uitgangspunt zal ik hier op hoofdlijnen beschrijven welke strategie ik hanteer bij mijn keuze van crowdfunding projecten. Dit is “as is” en zeker geen aanbeveling om zonder verder na te denken hetzelfde te gaan doen. Het hebben van een eigen strategie geeft je op zijn minst het gevoel dat je bewust bezig bent met de keuzes en risico’s. Het volgen van jouw logica zal helpen om eventuele tegenslagen te accepteren en in ieder geval is het dan niet nodig om iemand verwijten te maken: het is immers jouw eigen strategie.

Spreiding via het aantal projecten

Ik zorg (al vanaf het begin van mijn crowdfunding activiteiten in 2016) voor spreiding door niet fors te investeren in een klein aantal projecten, maar door gering te investeren in een groot aantal projecten. Inmiddels zijn dat er meer dan 160. En tot nu toe (mei 2018) is er op één project een deel afgeschreven. “Afgeschreven” betekent dat er een gedeelte van de investering weg is. Voor dat ene project was dat 30% van de investering. Maar vanwege de spreiding over (op dat moment) 70 verschillende projecten kwam de afschrijving in mijn portefeuille overeen met slechts 0,33% afschrijving.

Her-investeren

Een tweede deel van mijn strategie is structureel her-investeren. Wanneer je eenmalig € 1.000 investeert in een project van 60 maanden en 8% rente en daarna niets meer doet, “droogt” je portefeuille langzaam op.  Gedurende 60 maanden ontvang je maandelijks € 20, 28 voor rente en aflossing. Aflossing stelt (qua rendement) niets voor, je krijgt (als het goed is) terug wat je hebt ingelegd. Rendement wordt gevormd door het rentebedrag (minus kosten). In de eerste termijn ontvang je € 6,67 rente. In de tweede maand is dat al verminderd tot € 6,58. In het eerste jaar maakt dit dat je in totaal € 73,88 aan rente ontvangt. Maar voor het tweede jaar is dat nog “maar” € 59,81. Zo zul je na 60 maanden € 1.216,58 hebben ontvangen. Dat is je oorspronkelijke investering plus € 216,58 aan rente. Voor het gemak reken ik even zonder kosten (de “fee”) voor het crowdfunding platform.

Wat levert dat op?

Een strategie van her-investering levert meer op. Elke maand ontvang ik volgens het voorbeeld  € 20, 28 voor rente en aflossing. Na de eerste 5 maanden heb ik dus iets meer dan € 100 ontvangen. Bij een aantal crowdfunding platforms is een bedrag van € 100 ook het minimum om te investeren. We gaan daar in dit voorbeeld dus ook maar even van uit. Wanneer we na de eerste 5 termijnen van ons project € 100 her-investeren in een tweede project (wederom 60 maanden en 8% rente) zal dat project ook direct rendement op gaan leveren. Dit zorgt in 55 maanden (de resterende looptijd van het 1e project) voor € 21,46 aan additioneel rendement. En dat kun je blijven herhalen: na de 10e termijn van het eerste project is er immers wederom € 100 beschikbaar om te investeren in een derde project. En dat zorgt in 50 maanden (de resterende looptijd van het 1e project) voor € 20,93 aan additioneel rendement. Een vierde project (te starten na de 15e termijn van het eerste project) levert in 45 maanden (de resterende looptijd van het 1e project) voor € 20,13 aan additioneel rendement. Zo ben je dus in staat om (zónder extra vermogen vrij te maken voor investering, we zijn alleen bezig met her-investeren) om gedurende de looptijd van het 1e project elke 5 maanden in een nieuw project te stappen. Dat levert (binnen de looptijd van 60 maanden voor het eerste project) in totaal € 158,61 méér rente op dan wanneer de her-investeringen niet werden gedaan. Zonder her-investering maakte ik in 60 maanden van € 1.000 dus € 1.216,58 rente. Mét her-investeren maakte ik in diezelfde 60 maanden van € 1.000 dus zelfs € 1.375,19.

Hier kun jij ook zien wat een strategie van her-investeren oplevert.

Een goede match: her-investeren en risico-spreiding

En je zult opgemerkt hebben dat her-investeren prima aansluit bij het idee van risico-spreiding. Immers: in 60 maanden tijd is er geïnvesteerd in 11 verschillende nieuwe projecten en is er meer rendement (lees: “een grotere buffer om tegenslagen op te vangen“) opgebouwd.

Samenvattend

Risico spreiden over een groot aantal projecten en her-investeren zijn de twee belangrijkste elementen in mijn crowdfunding strategie.

Een voorkeur voor projecten met annuïtaire aflossing (in plaats van aflossingsvrije projecten) maakt ook onderdeel uit van risicospreiding. Hier kun je mijn argumenten daarvoor lezen.

Overigens is het ook nog verstandig scherp te blijven en regelmatig te overwegen of het mogelijk is jouw strategie verder te verfijnen. Hier deel ik mijn ervaring daarmee.

Projectkeuze

Projectkeuze

Als crowdfunding investeerder kun je kiezen in welke projecten je investeert. Maar welke moet je nu kiezen? Welke projecten leveren het meeste rendement of het minste risico op?

Uiteraard is de eerste vraag: wat zoek je? Zoek je veiligheid of zoek je rendement? Veiligheid is sowieso betrekkelijk: alle investeringsvormen, ook crowdfunding projecten , kennen risico’s. Investeer je in een project en komt de ondernemen onverhoopt te overlijden? Wat gebeurt er dan met je aflossingen? Sommige projecten kennen als borg een overlijdensrisicoverzekering op het leven van de ondernemer. In geval van overlijden keert deze verzekering uit ten gunste van de investeerders. Maar niet elk project kent zo’n constructie.  En dan nog . . .  dit is één risico. Wat gebeurt er wanneer blijkt dat de kosten voor bedrijfsvoering hoger zijn dan de omzet? Zie hier een praktijkvoorbeeld. Hoe lang kan de ondernemer dan nog steeds zijn termijnen van aflossing aan de investeerders blijven voldoen?

Glazen bol

Ik heb geen glazen bol. Dus vooraf is niet te bepalen welke project succesvol wordt en welke niet. Zelfs nu – na anderhalf jaar crowdfunding ervaring met ruim 160 projecten – kan ik niet vertellen op basis waarvan je vooraf kunt bepalen wie succesvol wordt en wie niet. Je zult het dus, net als ik, moeten doen met gezond verstand. Risicospreiding is sowieso verstandig (een “must”). Het zal je best eens overkomen dat een project met betalingsachterstand te maken krijgt. Hoe erg dat is, hangt af van de mate waarin je het risico verspreid hebt.

Heb je € 1.000 over 4 projecten verdeeld en loopt het verkeerd af met 1 van die 4 projecten? Dan verlies je (een deel van) dat ene project. Je schade blijft dan waarschijnlijk beperkt tot maximaal 25% van jouw oorspronkelijke investering. Heb je € 1.000 over 10 projecten verdeeld en loopt het verkeerd af met 1 van die 10 projecten? Dan verlies je (een deel van) dat ene project. Je schade blijft dan waarschijnlijk beperkt tot maximaal 10% van jouw oorspronkelijke investering. Je kunt dus stellen dat het risico om financiële schade afneemt naarmate het aantal projecten waarin je  deelneemt toeneemt.

Kosten

Spreiding heeft strikt genomen geen effect op de kosten. Kosten worden niet hoger of lager door te spreiden. De crowdfunding platforms die ik via mijn portefeuille ken (en die je op deze site terugvindt) werken allemaal met percentages. En 1% kosten over 1 project van € 1.000 is natuurlijk hetzelfde als 1% kosten over 10 projecten van elk € 100.

Rompslomp

Qua administratieve rompslomp heeft risicospreiding wel effect. Normaal gesproken levert ieder project één transactie per maand naar jouw bankrekening op. Dus 2 projecten zorgen voor 24 banktransacties per jaar. Maar met 84 projecten  heb je dus al te maken met ruim 1.000 banktransacties per jaar. Mijn ervaring is dat het zeker helpt om hier een aparte bankrekening voor te reserveren. Ikzelf werk naar volle tevredenheid met Knab. Daar kun je eenvoudig, onbeperkt extra rekeningen openen. Het beschikbare vermogen waarmee ik bereid ben om in crowdfunding  te investeren, staat alvast apart op een crowdfunding (spaar-)rekening. Zolang dat saldo daar staat levert het tenminste nog iets meer rente op dan via de betaalrekening. Alle ontvangsten uit crowdfunding komen op een aparte betaalrekening binnen. Bij Knab krijg je ook rente over een positief saldo op de betaalrekening – alle beetjes helpen. Maar het saldo daarvan maak ik dus telkens weer over naar die spaarrekening (om vervolgens te kunnen her-investeren). Zo houd ik alle crowdfunding transacties gescheiden van mijn normale banktransacties.

Strategie

Wat voor mij werkt is het hebben van een strategie. Welke strategie je in detail kiest is minder belangrijk. Maar belangrijk is in ieder geval:

  1. Dat je zorgt voor risicospreiding (ik zeg het nog maar eens).
  2. Dat je niet over-enthousiast meer geld investeert dan jouw middelen toelaten.

AFM benadrukt het belang van deze punten  adviseert om niet meer dan 10% van het vrij belegbare vermogen in crowdfunding te investeren. Een waardevol advies. Uiteindelijk (door tegenslagen) minder rendement krijgen dan waar je op hoopt is één ding. Maar tegen je gezin moeten vertellen dat de zomervakantie dit jaar niet doorgaat omdat het vakantiegeld verloren is gegaan is natuurlijk niet de weg die je in wilt gaan. Over “erger dan dat” hebben we het nog niet eens. Dus: investeer alleen geld dat je zou kunnen missen (want als het tegenzit – en dat kan – moet je het ook misschien wel écht missen).

Mijn strategie zal ik hier verder toelichten.

Selectie

Wil je voor de selectie van de projecten liever niet alle platforms aflopen? Kijk dan eens bij Crowdfundmarkt of Fundwijzer. Daar zie je (bij Fundwijzer ná gratis registratie) een selectie van beschikbare projecten zoals ze vermeld staan op diverse platforms. Op dit moment (hetgeen natuurlijk écht een momentopname is), worden er bij Fundwijzer 1.078 projecten, afkomstig van 26 platforms getoond. Je kunt de selectie projecten verkleinen door eenvoudig op jouw voorkeuren (zoals platform, looptijd of rentepercentage) te filteren.